Je kunt zelf heel makkelijk berekenen of je een gezond gewicht hebt met behulp van de Body Mass Index (BMI). Aan de hand van je lengte en gewicht bepaal je met deze formule je BMI. Op de site van het Voedingscentrum kun je zelf je BMI berekenen:
BMI = gewicht (kg) / lengte (m)2
- Ligt het getal tussen de 18,5 en de 25, dan heb je een gezond gewicht.
- Als je BMI lager is dan 18,5 dan is het verstandig om te proberen wat aan te komen.
- Mensen met een BMI tussen 25 en 30 zonder andere gezondheidsrisico’s moeten voorkomen dat ze nog zwaarder worden. Zijn er wel risicofactoren, dan is het verstandig om af te vallen. Risicofactoren zijn bijvoorbeeld een hoog cholesterolgehalte, hart- en vaatziekten in de familie, diabetes of hoge bloeddruk. Bij een BMI van boven de 30 is het medisch gezien altijd verstandig om gewicht te verliezen.
Meet de omtrek van je middel
Naast je gewicht is het ook belangrijk hoe het vet over je lichaam verdeeld is. De ene persoon heeft het vet vooral op de heupen en dijen zitten (een ‘peer’) en bij een ander bevindt het vet zich met name op de buik (een ‘appel’). Als je BMI goed is, maar je hebt wel veel vet op je buik, dan loop je toch extra gezondheidsrisico’s zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Door je middelomtrek te meten weet je hoe het met jouw buikvet is. Neem een meetlint en meet op het smalste deel van het middel tussen je ribben en de bovenkant van je heup.
- Voor mannen geldt een middelomtrek tussen de 79 en 102 cm als gezond.
- Vrouwen hebben een goede middelomtrek als deze tussen de 68 en 88 cm ligt.
- Is je middelomtrek groter dan 102 cm (voor mannen) of 88 cm (voor vrouwen) dan is het verstandig om gewicht te verliezen.
Je kunt je gewicht op peil brengen (en houden!) door de juiste keuzes te maken in wat en hoeveel je eet. Door ook nog eens extra te gaan bewegen, verbrand je extra calorieën en houd je je lichaam fit.



