Koolhydraten leveren een groot deel van de energie voor je lichaam en zijn een bron van voedingsvezels. Je kunt koolhydraten grofweg verdelen in twee groepen: suikers en zetmeel. Onder suikers verstaan we mono- en disachariden. Dit zijn bijvoorbeeld kristalsuiker en de suikers uit fruit. Kristalsuiker levert vooral energie en verder weinig of geen voedingsstoffen. Fruit levert naast energie ook voedingsvezels en bijvoorbeeld vitamine C en bètacaroteen. Zetmeel zit onder andere in aardappelen, rijst, pasta en brood. De koolhydraten in deze producten zijn polysachariden. Zetmeelrijke producten zijn een bron van B-vitamines en belangrijke mineralen, zoals ijzer, magnesium, chroom en zink. Het koken van zetmeelproducten (bijvoorbeeld aardappelen) kan de afbreekbaarheid ervan bevorderen.
Koolhydraten en glucose
Alle koolhydraten worden in het lichaam afgebroken tot glucose. Dit gebeurt onder invloed van enzymen in de mond (bijvoorbeeld amylase in het speeksel) en de darmen. Via de darmwand wordt glucose opgenomen in het bloed. Het is de belangrijkste energiebron van de cellen van ons lichaam. Zonder glucose kunnen je spieren niet bewegen en ook onze hersenen en zenuwen kunnen niet zonder deze suiker!
Voedingsvezels zijn bijzondere koolhydraten (uit groente, fruit en volkorenproducten). Ze kunnen door de dunne darm niet afgebroken worden. Voedingsvezels kunnen in de dikke darm door bacteriën worden omgezet (gefermenteerd) in nuttige stoffen. Ook trekken vezels vocht aan, wat een gunstige invloed heeft op de stoelgang.



