Er zijn veel soorten mineralen en spoorelementen die je lichaam gebruikt. We zetten hier de meest bekende neer:
Calcium
Calcium (of kalk) is nodig voor de opbouw en het onderhoud van de botten en het gebit. Het is verder belangrijk bij de werking van zenuwen en spieren, de bloedstolling en het transport van stoffen (waaronder ook andere mineralen zoals natrium, kalium en magnesium) in de lichaamscellen. Calcium zit vooral in melk, melkproducten en kaas. Ook komt calcium voor in groente, noten en peulvruchten.
IJzer
IJzer speelt een belangrijke rol bij stofwisselingsprocessen in het bloed en de lichaamscellen. Volkorenbrood en vlees leveren relatief veel ijzer. IJzer uit dierlijke producten zoals vlees, vis en gevogelte (haemijzer) wordt makkelijker opgenomen in je lichaam. In plantaardige voedingsmiddelen zit ook ijzer (non-haemijzer), maar dit wordt moeilijker opgenomen. Vitamine C helpt om het non-heamijzer op te nemen in je lichaam.
Natrium en kalium
Natrium is nodig voor de vochthuishouding. In combinatie met het mineraal kalium is natrium ook belangrijk voor het doorgeven van prikkels door de zenuwen en het samentrekken van de spieren en de bloeddruk. Natrium komt van nature in bijna alle voedingsmiddelen voor, maar is vooral bekend als keukenzout. Een hoge inname van natrium is slecht voor de nieren en vergroot de kans op hoge bloeddruk.



