Ontlastingsincontinentie

ONTLASTINGSINCONTINENTIE

Ontlastingsincontinentie is het ongewenst verlies van ontlasting of het niet kunnen ophouden van de ontlasting. Naar schatting komt in Nederland ontlastingsincontinentie bij 100.000 mensen voor. Vaak is het een probleem van de oude dag; het komt bij ongeveer bij tien procent van de thuiswonende ouderen voor en bij rond vijftig procent van de ouderen wonend in een verpleegtehuis. Ontlastingsincontinentie gaat vaak gepaard met schaamte en is daarom een onderbelicht probleem met grote gevolgen voor de kwaliteit van leven.

 

Wat zijn de oorzaken van ontlastingsincontinentie?

  • Beschadiging van de kringspier. Beschadiging kan komen door een zware bevalling, operatie, ongeluk of seksueel misbruik. Als de kringspier van de anus beschadigd is dan voelen mensen wel aandrang, maar kunnen zij dit niet ophouden.
  • Het verslappen van de kringspier. Verslapping van de kringspier in de anus is vaak een combinatie van een slechtere werking van de kringspier zelf en een slechtere werking van de zenuwen naar de kringspier. Hierdoor verdwijnt het aandranggevoel, waardoor de patiënt niet merkt dat hij/zij ontlasting verliest.
  • Zenuwbeschadiging van kringspier en bekkenbodemspieren. De zenuwen kunnen door een bevalling, operatie of ongeluk beschadigd raken, maar het kan ook door ziekten aan het zenuwstelsel komen. Enkele ziekten waarbij de zenuwen kunnen beschadigen zijn: suikerziekte, herseninfarct/bloeding, multipele sclerose (MS), dwarslaesie of een ‘open ruggetje’.
  • Verzakking van de endeldarm (anale prolaps). Bij een anale prolaps is een deel van de endeldarm door de anus naar buiten gezakt. Op den duur leidt dit tot incontinentie.
  • Chronische darmontstekingen. Bij een chronische darmontsteking, zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa kan het slijmvlies van de endeldarm ontstoken raken en hierdoor een versterkt aandranggevoel veroorzaken. Door dit versterkte aandranggevoel is het vervolgens moeilijker de ontlasting op te houden.
  • Aanhoudende dunne ontlasting of diarree. Sommige mensen die langdurig last hebben van diarree hebben daardoor moeite met het ophouden van de ontlasting.
  • Overloopdiarree (paradoxale diarree). Bij langdurige verstopping kan dunne ontlasting langs de harde ontlasting weglekken (overloopdiarree). Bij ouderen is dit regelmatig de oorzaak van ongewild ontlastingsverlies.
  • Spastisch bekkenbodem syndroom. Het spastisch bekkenbodem syndroom ontstaat wanneer de bekkenbodemspieren en de inwendige sluitspier van de anus vrijwel altijd aangespannen zijn, ook op het toilet. Mensen die last hebben van het spastisch bekkenbodem syndroom hebben daardoor veel moeite met het kwijtraken van ontlasting. Zij hebben vaak last van langdurige verstopping. Hierdoor kan uiteindelijk overloopdiarree ontstaan.

 

Wat zijn de symptomen van ontlastingsincontinentie?

  • Het niet kunnen ophouden van ontlasting;
  • Ongewild ontlastingsverlies;
  • Geen aandranggevoel van de ontlasting hebben;
  • Verlies van slijm uit de anus;
  • Pijn, jeuk en een geïrriteerde huid bij de anus, mede door overmatige hygiëne;
  • Geen controle hebben over winden laten;
  • Gevoelens van schaamte voor onaangename geur en angst voor ongelukjes

 

Wat is de behandeling van ontlastingsincontinentie?

Doordat ontlastingsincontinentie veel verschillende oorzaken kan hebben, heeft elke oorzaak zijn eigen therapie.

  • Bij verstopping of diarree*:
    • Voedingsadviezen
    • Medicijnen

 

  • Bij verslapping of beschadiging van de kringspier en/of bekkenbodemspieren:
    • Bekkenbodemfysiotherapie. Bij bekkenbodemfysiotherapie worden de spieren van de bekkenbodem getraind onder begeleiding van een gespecialiseerde fysiotherapeut. Door het versterken van de spieren is het vaak makkelijker om de ontlasting op te houden.
    • Herstellen kringspier. In sommige gevallen kan een beschadigde kringspier operatief worden hersteld. Het beschadigde deel van de kringspier wordt vervangen door het nog aanwezige gezonde deel van de kringspier. Deze operatie wordt ook wel een sfincterplastiek genoemd
    • Stoma (kunstmatige darmuitgang). In zeer ernstige gevallen kan de arts samen met de patiënt besluiten om een stoma aan te leggen.
    • Darmspoeling. Door middel van het spoelen van de darm kan men ongewild ontlastingsverlies enige uren voorkomen.
    • Hulpmiddelen. Hulpmiddelen als anale tampons of incontinentiemateriaal kunnen voor sommige patiënten een (tijdelijke) oplossing zijn. Een anale tampon is alleen voor incidenteel gebruik.

 

*Lees meer hierover onder obstipatie en diarree >