Mondgezondheid

tandarts

De microflora van de mond is net zo individueel als die van de menselijke darm en is afhankelijk van temperatuur, leeftijd, pH (zuurgraad) en speekselsamenstelling. Er zijn op dit moment ongeveer 700 soorten bacteriën gevonden waarbij veel soorten uniek zijn en alleen in de mond voorkomen. Er zijn in de mond verschillende ‘habitats’ die ieder op hun beurt weer verschillende bacteriesoorten bevatten.

Vandaag de dag weten wij dat plak bestaat uit een ‘biofilm’, een laagje bacteriën omgeven door een zelf-geproduceerd slijm vastgehecht op een oppervlak (tand of tandvlees), en dat deze bacteriën onder andere een rol spelen bij parodontitis (ontsteking van het kaakbot). De biofilm bestaat uit verschillende soorten micro-organismen die dynamisch zijn en met elkaar communiceren. De micro-organismen in een biofilm zijn moeilijker te beïnvloeden door antibiotica of de immuunrespons van de gastheer. De opbouw van een biofilm op de tand gaat altijd volgens een vast proces:

 

  • Pellikelvorming (macromoleculen van gastheer of bacterie)
  • Binding van vroege kolonisatoren
  • Binding van late kolonisatoren (paropathogenen)

 

De dentale bioflim speelt een belangrijke rol bij cariës, gingivitis (tandvleesontsteking) en parodontitis. De mogelijke gevolgen van parodontitis zijn:

 

  • Loskomen van de gingivale rand
  • Recessies
  • Afbraak kaakbot
  • Weefseldegradatie
  • Verlies tanden 
  • Halitose (slechte adem)
  • Bloedend en gezwollen tandvlees

 

Sommige effecten zijn onomkeerbare (behalve de twee laatste). Ook in de rest van het lichaam kan parodontitis effecten hebben en deze kunnen leiden tot bijv. hartaandoeningen, herseninfarcten en zwangerschapscomplicaties.

 

De veroorzakers van parodontitis zijn verschillende slechte bacteriën zoals Actinobacillus actinomycetemcomitans, Treponema denticola, Porphyromonas gingivalis en Prevotella intermedia. Met een parotest kan in geval van parodontitis bekeken worden welke bacteriën de boosdoener zijn en de behandeling kan daarop worden aangepast. Heel duidelijk is dat bij biofilms vaak tot 1000 maal meer antibiotica moet worden gebruikt voor een effect.

 

Suiker en cariës

De basis voor onze inzichten op het gebied van cariës en suiker wordt gevormd door twee onderzoeken: het Vipeholm-onderzoek en de Turku Sugar Study. In het Vipeholm onderzoek werd duidelijk dat 300 gr extra suiker per dag geen effect had op cariës, maar als deze suiker in de vorm van kleverige tussendoortjes werd ingenomen er wel een duidelijk effect was.

In de Turku studie bleek er een duidelijk verschil tussen sucrose, fructose en xylitol te bestaan waarbij xylitol het minst schadelijk bleek te zijn en zelfs een positief effect kon hebben. De suikerinname in Nederland is sinds 2000 ongeveer op hetzelfde niveau gebleven als in de begin jaren 80, maar de cariës prevalentie is flink is afgenomen (met een factor 4). Een belangrijke oorzaak is een stijging van het gebruik van fluor bevattende tandpasta. De theorie is dan ook dat het positieve effect van gefluorideerde tandpasta het negatieve effect van suikerinname kan tegengaan. Duggal et al hebben in 2000 een studie gedaan die deze theorie bevestigde. Zij concludeerden dat zorgvuldige plakverwijdering met een fluoride tandpasta effectiever was in het verminderen van glazuur-demineralisatie dan de vermindering van het aantal zoetmomenten. Het is dus belangrijk om goed te poetsen met een goede tandpasta.

 

Tanderosie

Naast cariës is ook tanderosie een belangrijk probleem. Het idee is dat tanderosie een gevolg is van de zuurgraad van ons voedsel en dat meerdere ‘zuuraanvallen’ per dag er toe zouden leiden dat de erosie toeneemt. Wat betreft de voedingsmiddelen zijn verschillende factoren van belang als het gaat om tanderosie:

  • Zuurgraad (pH) en buffercapaciteit van het product
  • Type zuur (pKa waarden)
  • Adhesie (plakkerigheid) van het product aan het tandoppervlak
  • Chelerende eigenschappen
  • Calcium
  • Fosfaat
  • Fluoride

Maar ook met deze factoren blijft het erg moeilijk om te voorspellen of een voedingsmiddel tot tanderosie leidt. Positieve invloed van voeding op o.a. cariës is nog niet goed onderzocht. Uiteraard bestaat er bewijs voor de suikervervangers, maar dit is meer gebaseerd op het verminderen van de effecten van suiker dan een positief effect van de suikervervanger zelf.

 

Probiotica

Er komt steeds meer aandacht voor de toepassing van probiotica voor de mondgezondheid. Hoewel er geen specifieke producten bestaan voor mondgezondheid (die bestaan wel in de USA, op basis van een Streptococcus mutans die geen zuur vormt en een bacteriocine; http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12369203;) komen tandartsen en mondhygiënisten vaak in aanraking met patiënten die probiotica gebruiken bij:

 

  •  schimmelinfecties en diarree door langdurig antibiotica gebruik
  •  stimulatie lactobacillen in gastrointestinaal systeem
  •  bewuste kolonisatie uro-genitaal om aantal urogenitale infecties te reduceren
  •  preventie van atopisch eczeem
  •  behandeling van halitosis  

 

Veiligheid en effectiviteit

Er bestaan een aantal theoretische risico’s. Lactobacilli zouden een cariogeen potentieel hebben door de productie van carboxylzuren via suikerfermentatie, wat tot demineralisatie van de tanden zou kunnen leiden. Daarnaast zijn probiotische dranken vaak zoet en dat zou een probleem kunnen vormen. In de klinische praktijk blijken deze risico’s zeer beperkt. Lactobacilli zijn eerder geassocieerd met progressie van cariës en niet met het ontstaan ervan. Daarnaast zijn de meeste probiotische dranken op basis van zuivel wat een sterk bufferend vermogen heeft. Verder is er geen permanente kolonisatie op de tanden en zijn de probiotische dranken niet van een dergelijke dikke consistentie dat deze blijven plakken. Er zijn dan ook geen onderzoeksresultaten van verhoogde cariësincidentie door probiotica.

 

Probiotica kunnen interessant zijn bij:

  • Acute otitis media
  • Pharyngotonsilitis
  • Stemprothesen
  • Halitosis
  • Orale Candida
  • Cariës
  • Gingivitis/parodontitis

Per toepassingsgebied zijn er studies bekend en positieve effecten zijn gevonden bij: acute otitis media, pharyngotonsilitis en stemprothesen. Relatief gunstige effecten zijn aangetoond bij: halitosis en gingivitis/parodontitis

Meer onderzoek is nog nodig bij orale Candida en cariës.

 

Onderzoek

De groeiende interesse naar de toepassing van probiotica bij mondgezondheid is een recente ontwikkeling. Het ontbreekt nog aan grote klinische studies maar een aantal kleine studies geven zeer interessante resultaten. De komende jaren zal meer onderzoek uitgevoerd moeten worden om het mechanisme verder te ontrafelen.

Lactobacillen kunnen mondgezondheid verbeteren

NIZO wetenschappers laten in een nieuwe studie (gepubliceerd in Journal of Applied and Environmental Microbiology) zien dat kolonisatie of tenminste tijdelijk verblijf veel kan verschillen per probiotische stam. Sommige blijvende probiotica kunnen effectief zijn bij het tegengaan van slechte adem en tandbederf. Microorganismen in de mond kunnen...
Lees verder

Gezonde mondbacteriën kunnen schade aanrichten

De schijnbaar gezonde bacteriën in onze mond blijken niet zo onschuldig. Ze kunnen namelijk de ontwikkeling van ontstekingen in de mond versnellen, zoals van het tandvlees of weefsels rondom de tand. Onderzoek aan de Queen Mary, University of London laat dit zien. Deze onverwachte bevinding biedt mogelijkheden voor de bestrijding van...
Lees verder
Vorige pagina Volgende pagina

Meer artikelen

Archief

Digitale nieuwsbrief voor Health professionals

Inschrijven nieuwsbrief Wilt u op de hoogte blijven van darmgezondheid? Schrijf nu in voor de gratis digitale nieuwsbrief.