Lactose-intolerantie

 LACTOSE-INTOLERANTIE

Ongeveer 10% van de Nederlandse bevolking heeft een lactose-intolerantie. Dat betekent dat deze mensen geen melkproducten kunnen verdragen, dus overgevoelig zijn. Ze krijgen bijvoorbeeld buikpijn, een opgeblazen gevoel of diarree. Een lactose-intolerantie is iets anders dan een koemelkallergie, waarbij echt een reactie van het immuunsysteem optreedt. In het geval van een koemelkallergie dient lactose volledig vermeden te worden, omdat zelfs de kleinste hoeveelheden een allergische reactie kunnen oproepen.

 

Wat zijn de oorzaken van lactose intolerantie?

In melk zit een melksuiker, dat lactose wordt genoemd. Dit melksuiker is een belangrijke energiebron voor baby’s en jonge zoogdieren. Voor de vertering van lactose is een enzym nodig, dat lactase heet. Lactase wordt in de wand van de dunne darm aangemaakt.

  • Primaire lactose-intolerantie. Bij de meeste zoogdieren, en ook bij veel mensen, wordt na het derde levensjaar minder van dat enzym aangemaakt. Hoe minder melkproducten een persoon eet, hoe minder lactase het lichaam aanmaakt. Lactose kan daardoor minder, of helemaal niet meer, worden verteerd. Wie dan toch melk drinkt, kan daar last van krijgen. Lactose komt dan namelijk onverteerd in de darm terecht, waar het gaat ‘gisten’ doordat bacteriën het afbreken. Bij die afbraak ontstaan gassen en zuren. Dit kan leiden tot een opgeblazen gevoel, gerommel in de darmen, diarree en een schuimige ontlasting, die soms zelfs groenig van kleur is. Meer dan 90 procent van de mensen afkomstig uit Aziatische en Afrikaanse landen kunnen na hun derde levensjaar lactose niet meer verteren. In West Europa is dat aanzienlijk minder, omdat men daar van oudsher gewend is aan een voeding met melkproducten.
  • Secundaire lactose-intolerantie. Lactose-intolerantie kan zich ook ontwikkelen indien de darmwand beschadigd is, door bijvoorbeeld een (chronische) darmontsteking, een darminfectie, na darmchirurgie of na bestraling van de darm. Hierdoor is de darmwand niet meer in staat om voldoende lactase aan te maken. In sommige gevallen verbetert dit zich weer als de darm hersteld is.
  • Aangeboren lactose-intolerantie. In uitzonderlijke gevallen maken bepaalde mensen vanaf de geboorte geen of zeer weinig lactase aan. Hierdoor verdragen zij ook geen moedermelk. Deze vorm van lactose-intolerantie blijft levenslang bestaan.

Ook de gevoeligheid van de dikke darm spelt een rol in lactose tolerantie. Mensen met het prikkelbare darm syndroom (PDS) hebben vaker klachten van lactose-intolerantie dan andere mensen, door zij een verhoogde gevoeligheid hebben.

 

Wat de symptomen van lactose-intolerantie?

  • Buikpijn en krampen
  • Opgeblazen gevoel
  • Winderigheid
  • Diarree (zurige geur, soms schuimig en groenig)

 

Wat is de diagnose van lactose-intolerantie?

Deze diagnose kan worden gesteld na een test, door de huisarts of het ziekenhuis. Er zijn verschillende testen. Allereerst is het belangrijk om coeliakie uit te sluiten.

  • Ontlastingstest. In deze test wordt de zuurgraad van de ontlasting gemeten. Zure ontlasting kan duiden op lactose-intolerantie. Deze test wordt met name bij kinderen gedaan.
  • Ademtest. In deze test worden waterstofmoleculen in in de uitgeademde lucht gemeten. Als het lactase niet of onvoldoende wordt afgebroken wordt er verhoogde hoeveelheden melkzuur in de adem uitgescheiden.
  • Bloedtest. Hierin wordt het bloedsuiker gemeten 2 uur na blootstelling aan lactose. Indien dit aanzienlijk stijgt kan het betekenen dat het onvoldoende wordt afgebroken waardoor het glucosegehalte in het bloed stijgt.
  • Lactose provocatie-test. Er wordt enkele dagen een strikt lactose-vrij dieet gevolgd, waarna een glas melk wordt gedronken. Als er dan klachten optreden, is het vrijwel zeker dat lactose niet goed kan worden verteerd.

Soms kan ook door een andere oorzaak een lactose-intolerantie ontstaan. Het kan aangeboren zijn, maar dat is zeldzaam. De lactase-activiteit kan ook (tijdelijk) afnemen na een ziekte in de dunne darm of onder invloed van darmparasieten, virussen of na een periode van ondervoeding.

 

Wat is de behandeling van lactose-intolerantie?

Bij een lactose-intolerantie is het aan te raden om producten, die lactose bevatten, grotendeels te laten staan. Dat zijn met name melkproducten, maar soms wordt lactose ook gebruikt in de voedingsindustrie. Het komt bijvoorbeeld voor in eierkoeken, krentenbollen, bepaalde frisdranken en kant-en klaargerechten. Zelfs in sommige medicijnen zit lactose verwerkt. Niet alle zuivelproducten bevatten evenveel lactose, in zure melkproducten (karnemelk, yoghurt, kwark) zit minder dan in zoete melkproducten en harde kaas bevat nauwelijks lactose. Het Voedingscentrum verstrekt een merkartikelenlijst van lactose-vrije producten.

Meestal is het nog wel mogelijk om kleine hoeveelheden lactose te verteren. Hoeveel, dat is een kwestie van uitproberen, want de gevoeligheid varieert van persoon tot persoon. De kans op klachten neemt af als de hoeveelheid lactose over de dag wordt verdeeld. Het is niet verstandig om melkproducten zomaar weg te laten, zonder vervanging, want dan kan de voeding onvolwaardig worden. Vraag advies aan een diëtist: die kan de voeding beoordelen en adviezen geven over dit dieet.

 

Tips bij een lactose-vrij dieet:

  • Er zijn goede vervangers voor melk op de markt. Zo is er melk waaruit het lactose is verwijderd, lactose-vrije melk dus. Maar ook sojamelk, rijstmelk en amandelmelk zijn vrij van lactose.
  • Zure melkproducten bevatten veel minder lactose dan zoete melkproducten. Karnemelk en yoghurt worden in het algemeen beter verdragen, afhankelijk van de mate van intolerantie.
  • Goudse kaas en de meeste andere harde kazen bevatten vrijwel geen lactose
  • Bij de apotheek, sommige drogisten en webwinkels is het enzym lactase te koop. Dit enzym kan aan melk worden toegevoegd, zodat het melksuiker wordt afgebroken.

 

Lees hier meer over andere darmklachten bij kinderen >